De meikever

De Meikever heeft zijn naam te danken omdat je hem vooral in Mei en Juni ziet. Dat is al binnen enkele maanden en daarom had ik het idee om jullie meer informatie te geven over dit wonderbaarlijke insectje!

Hoe herkennen?

De Meikever is 2 tot 3 cm lang, en is bruin. Hij heeft ook wat ‘haar’ op zijn lichaam staan. Voor een insect is hij vrij groot, daardoor is hij zo eenvoudig te vinden en herkennen. Op zijn rug heeft hij 4 vleugels. Ze liggen per 2 op elkaar. De bovenste of voorvleugels zijn keihard, en zijn eigenlijk schilden die hem beschermen.

Onder elk schild zit telkens een achtervleugel, waarmij hij kan vliegen. In rust, klapt hij zijn vleugels in, en zitten de achtervleugels onder de voorvleugels. Boven zijn ogen heeft hij ook antennes, die hij kan uitklappen. Deze antennes gebruikt hij om te ruiken, en wanneer hij die uitklapt kan hij er nog beter mee ruiken. Dit doet hij altijd wanneer hij vliegt!

Levenswijze

De meikever is vooral actief bij zonsopkomst en zonsondergang. Overdag zitten ze meestal te slapen/rusten op takken. Ze kunnen vliegen, en door hun antennes uit te klappen, ruiken ze waar ze hun lievelings-voedsel kunnen vinden. Dit kunnen planten of blaren zijn. Het liefst vanalles eten ze zomereik-bladeren.

Voor ze echter volwassen zijn en kunnen vliegen, gaan ze zoals de meeste insecten een heel proces door. Hun leven start als een eitje, die de moeder enkele centimeters in de grond heeft gestoken. Na 4 tot 6 weken komen die eitjes uit. Dan begint hun leven als larve.

Hun leven als larve kent 3 fases. En telkens gaan ze over naar de volgende fase door te vervellen. Telkens worden vooral zijn kop een beetje groter.

Fase Naam van de fase Doorsnede van zijn kop
1ste fase eerste instar 2.5 mm
2de fase tweede instar 4 mm
3de fase derde instar 6 mm

In zijn derde fase is hij ongeveer 4,6 cm lang.

Hij blijft een larve, gedurende 3 a 4 jaar. Telkens als het buiten te koud wordt, graagt hij zich in, in de grond om te overwinteren. Wanneer hij oud genoeg is, graagt hij zich opnieuw in in de grond, op een diepte van 30 a 40 centimeter, waar hij verpopt (zoals een vlinder) tot een echte meikever. Dan blijft hij nog onder de grond, tot het mei is.

Wistjedat?

Wetenschappers geven insecten een naam, zoals de Meikever, de hazelworm, de sprinkhaan, ... . Maar ze krijgen ook een familie-naam, waartoe ze behoren. Zo is een familie dus een verzameling van insecten die meestal goed op mekaar gelijken.

Een broertje van de meikever, die je vooral in Juni in de natuur kan vinden, noemt, de Junikever!

Een ander familielid, noemt de Julikever. Waarom? Uiteraard, omdat je hem vooral in Juli ziet.

Als je overdag aan een tak schudt, waar een meikever op zit te slapen, valt die er gewoon uit.

Zoals de meeste insecten komt ook de meikever ‘s nachts ook op licht af. Dit komt niet omdat hij er door aangetrokken wordt. Hij oriënteert zich ‘s nachts met behulp van het maanlicht, en andere lichtbronnen, verwarren hem dan ook erg.

Tot 1950 werd dit insect in sommige landen in Europa opgegeten in een soort van soep. Deze soep zou smaken naar kreeft.