|
Je hebt twee soorten vlinders: de dagvlinders en de nachtvlinders. We gaan het nu hebben over die die wij het meeste zien: de dagvlinders. Zoals je waarschijnlijk al gezien hebt in de tuin, het is de tijd van de dagvlinders. De meest voorkomende vlinders zijn het koolwtje, de distelvlinder, bruin zandoogje, oranje zandoogje, dagpauwoog en nog veel meer.
Dagvlinders hebben eigenlijk vier vleugels, die ze apart kunnen bewegen. Zo kunnen ze mooier vliegen. Ze hebben meestal felle kleuren, meestal aan de bovenkant van de vleugels. Aan de onderkant zijn het meestal camouflagekleuren. Zo kunnen de roofdieren hen moeilijk zien als ze op planten zitten. Vlinders zijn erg belangrijk in de natuur. Het begint als ze nog heel klein zijn: als rups. Rupsen eten heel veel planten en zelf zijn ze ook voedsel voor andere dieren die de rupsen opeten. Als ze groter zijn, als vlinder, zijn ze heel belangrijk voor het bestuiven van planten.
Vlinders hebben een bepaalde biotoop. Dit wil zeggen: de plaats waar ze leven. Er zijn vlinders die liever in het bos leven, in de heide, in graslanden, in moerassen enzovoort. Dagvlinders hebben het ook graag warm: hun favoriete temperatuur ligt tussen de 20 en de 25 graden Celcius. Zoals vele insecten kunnen vlinders sneller bewegen als ze zijn opgewarmd door de zon. Vlinders hebben een zeer lange, buisvormige tong die ze kunnen oprollen. Die tong hebben ze nodig om nectar te verzamelen uit bloemen. Nectar is dus het voedsel van een vlinder. De levensduur van een vlinder kan variëren: enkele dagen tot wel 10 maanden. Enkele weken geleden was het vlindertelweekend. Er werden véél meer vlinders geteld dan vorig jaar. Iets wat je zeker moet onthouden is: de distelvlinder (foto) is terug! Ook is 2009 een heel goed jaar voor de vlinders. Dat is ook dankzij de strenge winter die we gehad hebben. Dat er veel vlinders gezien zijn is een erg goed teken, want de laatste jaren werden steeds minder dagvlinders gezien.
Lucas |